De wet van 17 juli 2015 "wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid" werd in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd op 17 augustus.
Zij treedt in voege op 27 augustus, ze is echter met terugwerkende kracht van toepassing... vanaf 1 juli 2015 : dit betekent concreet dat de geneesheren en tandartsen de verplichtingen die deze wet oplegt al moesten opvolgen nog voor ze gestemd werd door het Parlement !
De integrale tekst van deze wet (in "beeld"versie zoals gepubliceerd in het BS) kan in PDF formaat gedownload worden op het einde van de pagina, maar u zal hieronder de tekst vinden van het nieuwe artikel 53 van de VGVU wet, het beduidendste met betrekking tot de erelonen.
We zullen deze tekst uitvoeriger bespreken in een volgend News, maar het is aangewezen om nu al het verschil te onderlijnen tussen de nieuwe verplichtingen en de "financiële transparantie" ten aanzien van de patiënten enerzijds, en de nieuwe verplichtingen van fiscale aard anderzijds. Aldus is de fiscus niet geïnteresseerd - alleszins niet rechtsteeks - om alle details van de verstrekkingen en hun bedragen te kennen.
De verplichtingen ten aanzien van de patiënten zijn veraanschouwelijkt in een "bewijsstuk" (vroeger "kwijtschrift") waarvan er tot op heden geen enkel officieel model bestaat, daar waar de verplichtingen ten aanzien van de fiscus veraanschouwelijkt worden in het eeuwigdurende "Ontvangstbewijs", dat thans het KBO nummer uitwijst van het natuurlijk persoon of van het rechtspersoon dat de erelonen int.
Zoals men al weet, de GVVH van rechtspersonen (ex model C of F zonder strook "Ontvangstbewijs") worden vervangen door een nieuw uniform model per categorie van zorgverleners (geneesheren, tandartsen, verplegers, enz) : zie Reglement van het Verzekeringscomité van 22 juni 2015.
Er dient te worden opgemerkt dat sommige bepalingen van de wet niet gesanctioneerd worden.
Art. 53.(53)(§
1.) De zorgverleners van wie de verstrekkingen aanleiding geven tot
een tegemoetkoming van de verzekering zijn ertoe gehouden aan de
rechthebbenden of, bij toepassing van de derdebetalersregeling, aan de
verzekeringsinstellingen, een getuigschrift voor verstrekte hulp of van
aflevering of een gelijkwaardig document uit te reiken waarvan het
model door het Verzekeringscomité wordt vastgesteld, waarop de
verrichte verstrekkingen zijn vermeld; verstrekkingen opgenomen in de
in artikel 35, § 1, bedoelde nomenclatuur, worden vermeld met hun
rangnummer in de genoemde nomenclatuur (of op de manier die is
vastgesteld in een verordening die door het Verzekeringscomité is
genomen op voorstel van de volgens de aard van de verstrekkingen
bevoegde Technische Raad). [4
Ongeacht of de zorgverlener de verstrekkingen verricht voor eigen of
voor andermans rekening, wordt op het deel ontvangstbewijs van het
getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of het
gelijkwaardig document, het bedrag vermeld dat door de rechthebbende aan
de zorgverlener werd betaald voor de verrichte verstrekkingen. Van
zodra een overeenkomst of een akkoord een regeling van elektronische
facturatie door zorgverleners heeft vastgesteld, stelt de Koning, op
voorstel van het Verzekeringscomité en na advies van de bevoegde
overeenkomsten- of akkoordencommissie, de bijkomende gegevens vast die
door de zorgverleners aan de verzekeringsinstellingen worden
overgemaakt.]4 <W 1999-01-25/32, art. 125, 038; Inwerkingtreding : 16-02-1999> <W 2005-12-27/30, art. 73, 114; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
[5
Bij toepassing van de derdebetalersregeling, en onverminderd de
krachtens artikel 320 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
vastgestelde verplichtingen, worden de in het eerste lid bedoelde
documenten vervangen door een gegevensoverdracht door de zorgverlener
aan de verzekeringsinstellingen door middel van een elektronisch
netwerk, volgens de door het Verzekeringscomité vastgestelde
administratieve nadere regels.
De Koning stelt de datum vast vanaf welke, voor een categorie van
zorgverleners, bij toepassing van de derdebetalersregeling de
gegevensoverdracht aan de verzekeringsinstellingen door middel van een
elektronisch netwerk toepasbaar is.
Vanaf de krachtens het derde lid vastgestelde datum, beschikt de
zorgverlener over een termijn van twee jaar om de in het tweede lid
bedoelde verplichting na te leven.
Het eerste lid blijft van toepassing in het kader van de derdebetalersregeling :
1° voor de krachtens het derde lid vastgestelde datum;
2° tijdens de in het vierde lid bedoelde periode zolang de zorgverlener
de in het tweede lid bedoelde verplichting niet heeft nageleefd.
In afwijking van het derde en vierde lid, ontstaat de verplichting
bedoeld in het tweede lid op 1 juli 2015 voor de verpleegkundigen.]5
(Tweede lid opgeheven) <W 2008-12-19/51, art. 33, 157; Inwerkingtreding : 10-01-2009>
[5
De verzekeringsinstellingen mogen geen vergoeding toekennen indien het
getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering, het als zodanig
geldend document of de in het tweede lid bedoelde gegevens, hun niet
worden overgezonden.]5
De zorgverlener moet die documenten [5 of gegevens]5 zodra mogelijk, en uiterlijk binnen een door de Koning vastgestelde termijn, overhandigen [5 of overzenden]5.
Een administratieve geldboete van 1.000 tot 10.000 frank wordt
opgelegd voor elke inbreuk van de zorgverlener op die verplichting.
Indien de overtreder binnen een termijn van drie jaar na de datum
waarop hem een administratieve geldboete is opgelegd, een inbreuk
pleegt van dezelfde aard als die welke aanleiding heeft gegeven tot de
toepassing van een administratieve geldboete, wordt het bedrag van de
vroeger opgelegde geldboete telkens verdubbeld.
De Koning bepaalt het bedrag van de administratieve geldboete alsook de
procedure voor het vaststellen van de inbreuken en het uitspreken van
bovenbedoelde geldboeten.
De opbrengst van die geldboeten wordt gestort aan het Instituut, tak geneeskundige verzorging.
(De Koning kan de voorwaarden en modaliteiten bepalen voor de
uitbetaling van de verzekeringstegemoetkoming aan de rechthebbende of
zijn vertegenwoordigers. Hij kan hierbij vaststellen welke personen
niet als vertegenwoordiger kunnen optreden.) <W 2002-01-14/39, art.
8, 064; Inwerkingtreding : 22-02-2002>
De Koning stelt, bij een in Ministerraad overlegd besluit en na advies
van het Verzekeringscomité, de voorwaarden en regelen vast
overeenkomstig welke de derdebetalersregeling voor de door Hem bepaalde
geneeskundige verstrekkingen is toegestaan, verboden of verplicht.
Elke overeenkomst die afwijkt van de door de Koning ter uitvoering van
deze bepaling uitgevaardigde reglementering, is nietig. [5
Bij toepassing van de derdebetalersregeling stelt het
Verzekeringscomité de administratieve nadere regels vast betreffende de
overdracht van de in het eerste lid bedoelde documenten aan de
verzekeringsinstellingen.]5 [1
De Koning kan, onder voorbehoud van de gevallen waarin de toepassing
van de derdebetalersregeling verplicht is, tevens de voorwaarden en
nadere regels bepalen volgens dewelke aan individuele zorgverleners een
verbod wordt opgelegd om de derdebetalersregeling toe te passen.]1 [2
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad en na advies van het Verzekeringscomité, voor de
geneeskundige verstrekkingen die Hij bepaalt, de derdebetalersregeling
afhankelijk maken van de verificatie van de identiteit van de
rechthebbende. De Koning [5 ...]5 kan hiervoor in uitzonderingen voorzien.]2
[5
Vanaf 1 juli 2015 wordt de verplichting tot toepassing van de
derdebetalersregeling ingevoerd ten aanzien van de rechthebbenden op de
in artikel 37, § 19, bedoelde verhoogde verzekeringstegemoetkoming,
voor de door de Koning bepaalde geneeskundige verstrekkingen verleend
door de algemeen geneeskundige, hetzij :
1° op grond van een voorstel van de Nationale commissie
geneesheren-ziekenfondsen die beslist over het doorsturen ervan aan het
Verzekeringscomité;
2° op grond van het voorstel dat door de Nationale commissie
geneesheren-ziekenfondsen wordt geformuleerd op verzoek van de
minister; die voorstellen worden meegedeeld aan het Verzekeringscomité;
3° op grond van het voorstel van de minister.]5
De in het [5 veertiende]5
lid, 3°, bedoelde procedure kan worden gevolgd wanneer de voorstellen
van de bevoegde overeenkomsten- of akkoordencommissie niet beantwoorden
aan de in het in het [5 veertiende]5
lid, 2° bedoelde verzoek vervatte doelstellingen. In dat geval moet de
afwijzing van het voorstel van de overeenstemmende overeenkomsten- of
akkoordencommissie gemotiveerd zijn.]1
(Lid 9 opgeheven) <W 1998-02--2/43, art. 75, 034; Inwerkingtreding : 13-03-1998>
[5
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de
Ministerraad, de in het veertiende lid bedoelde verplichting uitbreiden
tot andere categorieën van rechthebbenden.
De Dienst voor geneeskundige verzorging van het Instituut analyseert,
een jaar na de toepassing ervan, de elementen die door de
verzekeringsinstellingen meegedeeld worden met betrekking tot de
verplichte toepassing van de derdebetalersregeling zoals bedoeld in het
veertiende lid. De Dienst preciseert de over te zenden gegevens alsook
de nadere regels van hun overdracht.]5
Het is de ziekenfondsen, landsbonden en verzekeringsinstellingen
verboden in inrichtingen voor geneeskundige verzorging loketten te
laten functioneren waaraan de betaling van de tegemoetkoming van de
verzekering voor geneeskundige verzorging kan worden verkregen, op welke
wijze dan ook.
(De Koning kan, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de
voorwaarden vaststellen waaronder, en de gevallen waarin, een
betalingsverplichting van de verzekeringstegemoetkoming door de
verzekeringsinstelling geldt ten aanzien van bepaalde categorieën van
zorgverleners, die het bewijs leveren [2 ...]2
dat ze door Hem nader bepaalde identiteits- en
verzekerbaarheidsgegevens van de sociaal verzekerden hebben
geraadpleegd, en die de derdebetalersregeling hebben toegepast [2 ...]2
overeenkomstig de voormelde identiteits- en verzekerbaarheidsgegevens).
Deze betalingsverplichting geldt slechts ten aanzien van de
zorgverleners die de wets- of verordeningsbepalingen hebben nageleefd;
de voornoemde betalingsverplichting ten aanzien van de zorgverleners
doet bovendien niets af aan de mogelijkheid om tegemoetkomingen die ten
onrechte zouden zijn. verleend, terug te vorderen van de verzekerde,
overeenkomstig de bepalingen van artikel 164.) <W 1999-12-24/36, art.
33, 045; Inwerkingtreding : 10-01-2000> <W 2004-12-27/30, art. 59, 101; Inwerkingtreding : 10-01-2005>
[3 De Koning stelt de nadere regels vast voor de toepassing van de in het [5 negentiende]5
lid bedoelde betalingsverplichting, door de Hulp- en Voorzorgskas voor
Zeevarenden en de Dienst voor de Overzeese Sociale Zekerheid.]3
[4
§ 1/1. Voorschotten voor te verlenen of af te leveren geneeskundige
verstrekkingen mogen worden ontvangen binnen de grenzen zoals
vastgesteld in de overeenkomsten en akkoorden [6 of bij een afzonderlijke beslissing van de overeenkomsten- en akkoordencommissies]6.
[6
De datum van inwerkingtreding van de in het eerste lid bedoelde
beslissingen wordt bepaald door de betrokken commissie. Deze
beslissingen worden bekendgemaakt in de vorm van een bericht in het
Belgisch Staatsblad en blijven van toepassing tot een
wijzigingsbeslissing wordt genomen.]6
De zorgverleners zijn ertoe gehouden om aan de rechthebbende een
ontvangstbewijs uit te reiken in geval van ontvangst van een voorschot.]4
[6
§ 1/2. De zorgverleners zijn ertoe gehouden om aan de rechthebbende een
bewijsstuk uit te reiken van de verrichte verstrekkingen die
aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte verzekering,
alsmede van de verstrekkingen die geen aanleiding geven tot een
tegemoetkoming van de verplichte verzekering en samen met
verstrekkingen die er wel aanleiding toe geven worden verricht :
1° in geval de zorgverlener, naast bedragen voor verstrekkingen die
aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte verzekering,
ook bedragen aanrekent aan de rechthebbende voor verstrekkingen die
geen aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte
verzekering;
2° in geval het getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of
het in § 1, eerste lid, bedoelde gelijkwaardig document wordt
vervangen door een elektronische gegevensoverdracht door de
zorgverlener aan de verzekeringsinstelling van de rechthebbende.
Het totaal bedrag te betalen door de rechthebbende voor de in het
eerste lid bedoelde verstrekkingen met inbegrip van de betaalde
voorschotten, komen voor op het bewijsstuk.
Als een getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of een in §
1, eerste lid, bedoeld gelijkwaardig document dat het geheel van de
vergoedbare verstrekkingen specificeert wordt uitgereikt aan de
rechthebbende, bevat het bewijsstuk :
- voor het geheel van de vergoedbare verstrekkingen, het totaal te betalen bedrag, met inbegrip van de eventuele supplementen;
- naast elke niet-vergoedbare verstrekking, vermeld in de vorm van een omschrijving, zijn bedrag.
Als geen getuigschrift voor verstrekte hulp of van aflevering of een in
§ 1, eerste lid, bedoeld gelijkwaardig document dat het geheel van de
vergoedbare verstrekkingen specificeert wordt uitgereikt aan de
rechthebbende, bevat het bewijsstuk :
- apart, naast elke vergoedbare verstrekking, vermeld in de in § 1,
eerste lid, bedoelde vorm tenzij de verstrekkingen worden gegroepeerd
overeenkomstig de krachtens het zesde lid, 4°, genomen beslissingen,
het door de rechthebbende krachtens de tarieven betaalde bedrag, het
door de rechthebbende als supplement betaalde bedrag, en, in voorkomend
geval, de tegemoetkoming die rechtstreeks wordt aangerekend aan de
verzekeringsinstelling;
- naast elke niet-vergoedbare verstrekking, vermeld in de vorm van een omschrijving, zijn bedrag.
Op vraag van de rechthebbende, bevat het bewijsstuk, voor de
geneeskundige verstrekkingen en de medische hulpmiddelen als bedoeld in
artikel 33, § 1, eerste lid, 11°, van de wet van 15 december 2013 met
betrekking tot medische hulpmiddelen, bepaald door de bevoegde
overeenkomsten- of akkoordencommissie, het aankoopbedrag van de door de
zorgverlener afgeleverde hulpmiddelen als die het voorwerp uitmaken van
een tegemoetkoming van de verplichte verzekering of deel uitmaken van
een geneeskundige verstrekking die aanleiding geeft tot een dergelijke
tegemoetkoming.
Het Verzekeringscomité kan, op voorstel van de bevoegde overeenkomsten-
of akkoordencommissie, of bij ontstentenis van een voorstel als de
commissie niet binnen de maand heeft geantwoord op een verzoek tot
voorstel van het Verzekeringscomité, na advies van die commissie, dat
wordt geacht gunstig te zijn indien het niet is gegeven binnen de
termijn van een maand, bij in artikel 22, 11°, bedoelde verordening
voor elke categorie van zorgverleners het volgende vaststellen :
1° de overige vermeldingen die voorkomen op het bewijsstuk;
2° de nadere regels volgens dewelke het bewijsstuk wordt uitgereikt aan de rechthebbende;
3° het tijdstip waarop het bewijsstuk wordt uitgereikt aan de
rechthebbende indien dit niet het tijdstip is waarop de verstrekking
wordt verricht;
4° de nadere regels voor groepering van gelijksoortige verstrekkingen op het bewijsstuk;
5° een model van bewijsstuk evenals de gevallen waarin dit model moet worden gebruikt.
De verplichting om een bewijsstuk uit te reiken wordt opgeheven wanneer
een factuur wordt uitgereikt overeenkomstig het tweede tot zesde lid,
1° tot 4°.]6
[4 [6 § 1/3]6.
(oud § 1/4.) De Koning kan, voor de personen die, zonder zorgverlener
te zijn, verstrekkingen verrichten die aanleiding geven tot een
tegemoetkoming van de verplichte verzekering, alsmede verstrekkingen die
geen aanleiding geven tot een tegemoetkoming van de verplichte
verzekering en samen met verstrekkingen die er wel aanleiding toe geven
worden verricht, alsmede voor de zorgverleners die voormelde
verstrekkingen verrichten en waarvoor geen commissie bedoeld in artikel
26 bestaat, maatregelen treffen die de transparantie van de kostprijs
van geneeskundige verzorging ten aanzien van de rechthebbende beogen.]4
(§ 2. Het Instituut heeft de uitsluitende verantwoordelijkheid voor het
drukken en verdelen van de getuigschriften voor verstrekte hulp
bedoeld in § 1 en van de overeenstemmingsstroken, vastgesteld krachtens
de artikelen 320 en 321 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen
1992. De getuigschriften en de stroken worden geleverd op bestelling
van de zorgverleners en tegen voorafgaande betaling.) <W
2005-12-27/30, art. 73, 114; Inwerkingtreding : 01-07-2006>
(§ 3. Het Instituut kan een concessie toekennen voor het beheer van de
bestellingen, het drukken en de verdeling van de getuigschriften voor
verstrekte hulp en van de overeenstemmingsstroken, evenals voor de
inontvangstneming van de betaling.
§ 4. Het Instituut deelt aan de bevoegde dienst van de FOD Financiën de
elementen mee betreffende de bestellingen en de leveringen van de
getuigschriften voor verstrekte hulp en de overeenstemmingsstroken
bedoeld in § 2, die de concessiehouder gehouden is het over te maken.
Zowel het Instituut als de concessiehouder zijn gehouden tot naleving
van de wetgeving betreffende de bescherming van de persoonlijke
levenssfeer met betrekking tot persoonsgegevens waarvan zij kennis
hebben wegens de uitoefening van de opdrachten omschreven in dit
artikel.) <W 2005-12-27/30, art. 73, 114; Inwerkingtreding : 20-11-2005>
(NOTA : de wijzigingen aangebracht bij art. 137 van W 2014-12-19/07 en de gedeeltelijke wijzigingen aangebracht bij art. 96 van W 2014-04-10/23 zijn impliciet ingetrokken op 30-06-2015 bij W 2015-07-17/38, art. 2 en 4)
----------
(1)<W 2012-12-27/01, art. 18, 197; Inwerkingtreding : 10-01-2013>
(2)<W 2014-01-29/11, art. 7, 215; Inwerkingtreding : 01-01-2014>
(3)<W 2014-04-10/23, art. 10, 218; Inwerkingtreding : 10-05-2014>
(4)<W 2014-04-10/23, art. 96, 218; Inwerkingtreding : 01-07-2015. Zie art. 97>
(5)<W 2015-07-17/38, art. 20, 229; Inwerkingtreding : 01-07-2015>
(6)<W 2015-07-17/38, art. 22, 229; Inwerkingtreding : 01-07-2015>
Download : Wet van 17 juli 2015.pdf
